|
De Bartelsluis werd in 1638 gebouwd. Op dat moment viel ook de naastliggende droogmakerij Engewormer droog. In 1734 werd de houten sluis vervangen door een stenen. Deze verbouwing heeft aanleiding gegeven tot een heuse dorpsrel. De kwestie ging overigens meer over het peil dan over de sluis. Mol schrijft daarover in “Uit de Geschiedenis van Wormer”: | |||||||||
|
Men kent de geschiedenis van “de steens des aanstoots” welke toen in de muur werd gemetseld. De onverkwikkelijke zaak, waarin de eerzucht van de toenmalige burgemeester Simon Appel een belangrijke rol speelde, alom spotterij verwekte en aanleiding gaf tot allerlei dichterlijke ontboezemingen, vindt men uitvoerig beschreven in “Historische Studiën van J. Honig Jansz. Jr.” In de steen had de burgemeester laten beitelen: | |||||||||
|
De Sluijs spreekt, 29 Juni 1734.
De aanmatiging en zelfverheerlijking des burgemeesters gaf aanstoot bij de bevolking en er verschenen allerlei spotverzen. Het onderstaande is waarschijnlijk het meest passende antwoord geweest:
't moest er tegenover staan,
|
| ||||||||
|
Tijdens een renovatie van de sluis in 1938 werd de steen uit de sluismuur gehakt en geraakte hij in drie losse stukken, in de berm van de dijk bedolven. Door de zorg van de conservator van het museum te Zaandijk, de heer G.J. Honig, werden de stukken later opgegraven en werd de steen, als herinnering aan een typisch staaltje van dorpsbestuur uit de regententijd, in de achtergevel van het museum gemetseld. | |||||||||
In het midden van de vorige eeuw was de Bartelsluis het knelpunt in de belangrijkste aan- en afvoerroute van de papierfabriek van Van Gelder Zonen. Kolen voor de stoommachines en later de energiecentrale, de grondstoffen cellulose, houtslijp en oud papier, china clay (kaolin), hars en machine onderdelen en nieuw papier op weg naar de pakhuizen van de groothandel, de havens van Amsterdam en Rotterdam en grote klanten passeerden de sluis. In het Wolfskrak lagen dekschuiten met cellulose en bakken met steenkool en het was de thuishaven van de vloot motorschepen van Van Gelder. Het terrein van de voormalige molenmakerij van P. Wakker werd gebruikt voor opslag van cellulose en de loodsen voor de opslag van oud papier. Naast de voormalige smederij stond de gasolietank met de brandstof voor de schepen van Van Gelder. In het begin van de jaren zestig werd het besluit genomen de aanvoer van grondstoffen per vrachtwegen te doen. De eindprodukten werden toen al voornamelijk per vrachtwagen afgevoerd. Toen de energie centrale van de fabriek op aardgas werd gestookt verviel ook de aanvoer van steenkool. Het belang van de Bartelsluis was hiermee verdwenen en de sluis geraakte in verval. In november 1971 schreef het Heemraadschap Wormer, Jisp en Nek een drietal brieven naar:
De inhoud van deze brieven luidde als volgt: | |||||||||
|
De Bartelsluis, die wordt beheerd door ons heemraadschap, wordt niet meer gebruikt. Schuttingen vinden er al geruime tijd niet meer plaats.
Deze brieven bevatten respectievelijk de navolgende verzoeken:
Dijkgraaf en Heemraden van het Heemraadschap Wormer, Jisp en Nek | |||||||||
|
In januari 1972 verleenden de Dijkgraaf en Hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van de Uitwaterende Sluizen in Kennemerland en West-Friesland ontheffing van de keur van het hoogheemraadschap tot het dempen van de schutsluis genaamd Bartelsluis en het uitvoeren van bijkomende werken, onder andere het afdammen van de sluis door middel van een dijklichaam.
En in maart 1972 verleende het Provinciaal Bestuur van Noord-Holland ontheffing van het verbod van het Reglement Vaarwateren Noord-Holland voor het aan de Zaanzijde afdammen van de niet meer in gebruik zijnde Bartelsluis in de gemeente Wormer. In juni 1972 stuurde het Aannemingsbedrijf van Weg en Waterbouwkundige Werken A. Bouwland een offerte voor “De Afdamming van de Bartelsluis”. Deze afdamming zou bestaan uit een Azobé damwandscherm bestaande uit een 6 m lange damwand van 7 cm dikte over een damlengte van ± 10 m, in te heien op een afstand van 7,5 a 8 m voor de sluisfrontmuur tot N.A.P., met een verankering in de buitendeurkasten van de sluis. In juli 1972 gaf het Heemraadschap Wormer, Jisp en Nek aan Aannemingsbedrijf Bouwland de opdracht de Bartelsluis af te dammen. In deze opdracht stonden o.a. de navolgende punten:
| |||||||||
| |||||||||
|
In de Typhoon van vrijdag 28 juli 1972 poseerde de echtgenote van de sluiswachter Breugom bij de kaapstander bij het bovenhoofd van de sluis.
In de Zaanlander van 1 augustus 1972 stond een foto van het dempen van de sluiskolk. In het bijgaande artikel met de kop “Geen scheepvaart meer door de Bartelsluis” ging het Hoogheemraadschap in op de aanleiding tot het dempen van de sluis. Door achterstallig onderhoud verwachtte men binnen enige jaren voor grote reparatiekosten te staan. De grootverbruiker van de sluis, De Papierfabriek van Van Gelder in Wormer zou echter geen gebruik meer maken van deze schutsluis. Toen in 1966 werd overgeschakeld van kolen naar aardgas in de eigen energiecentrale van de papierfabriek kwam het kolen transport naar deze centrale tot stilstand. De grondstoffen voor Van Gelder werden ook al niet meer via dekschuiten aangevoerd. Daar had het vervoer per as de toelevering overgenomen. In oktober 1968 werd de houten ophaalbrug reeds vervangen door een vaste betonnen brug. Nu werd de rest van sluis buiten gebruik gesteld. Kijk voor meer informatie over deze sluis op De Bartelsluis in Wormer | |||||||||
Boerensluis in de Krommenieër Woudpolder
| |||||||||
|
Text: Cees Kingma
Beeldmateriaal: Archief Cees Kingma |
| ||||||||