MBTZ Logo

Restauratie Lassie-monumenten aan de Veerdijk

Met Stoom Nr. 31 - September 1998

Na de doorbraak van de stoommachine kreeg je hele fabriekswanden langs de Zaan. De Veerdijk in Wormer werd wereldcentrum voor de rijsthandel, en de rijstpellerij van de Gebroeders Laan groeide mee. In een complex van pakhuizen waaraan tegenwoordig het voortschrijden van de toenmalige bouwtechniek valt af te lezen: Donau (1895), Koningsbergen (1889), Silo (1907) en tot slot Mercurius (1920), een staaltje van vroege betontechniek van de Wormerveerse architect Mart Stam. Veel langs de Zaan is wegens veroudering al weer gesloopt. Maar het Lassiecomplex is onlangs fraai gerestaureerd. Nadat eigenaar DE in de oude gebouwen een moderne rijstlijn had ontwikkeld. Mercurius bleef over en werd door de provincie gekocht en gerestaureerd en is nu het archeologisch depot van Noord Holland.
Jan Bes, architect

Toen in 1988 opdrachtgeefster De Erven Wed. Van Nelle te Rotterdam na zorgvuldige afweging besloot de sedert 1963 draaiende rijstkokerij te vervangen en ik gevraagd werd in het bouwteam van de nieuwe fabriek zitting te nemen, besefte ik niet dat dit een project met een totale tijdsduur van tien jaar zou worden. Van Nelle en na de fusie DE hadden de keuze uit drie vestigingsvarianten:

  1. een gehele nieuwe fabriek elders
  2. alleen een nieuwe kokerij 'in het weiland' naast de oude fabriek
  3. een gehele nieuwe installatie in de oude gebouwen

De laatste, gewaagde, keuze werd volledig waar gemaakt.

Bij de totstandkoming van deze keuze heeft de kwaliteit van de gebouwen, met name de witte Lassie silo met zijn enorme opslagcapaciteit een grote rol gespeeld.

  Witte Duif  
  Molen 'De Witte Duif' gelegen naast rijstpellerij Mercurius. Datering eind negentiende eeuw.  
  Mecrurius  
  Overzichtsfoto van de situatie voor 1912 (bouw van de silo).  

Rondom deze markante betonnen graansilo uit 1912 is de nieuwe fabriek gegroepeerd, bestaande uit de lostoren tussen de Zaan en de witte silo om de 'ruwe rijst' uit het voor de wal liggende schip snel leeg te zuigen, de slijperij waar de rijstkorrel wordt voorbewerkt en vervolgens via de dagvoorraadbunkers naar de kokerij getransporteerd. Na het kookproces wordt de rijst verpakt en verzonden naar de diverse afnemers. Het gehele proces wordt volautomatisch computergestuurd bediend c.q. bewaakt vanuit een computerkamer, gelegen in een gedeelte 'kruigang' op de tweede verdieping tussen kokerij en bulkopslag.

Onderzoeken en studie naar de mogelijkheid de slijperij rechtstreeks onder de achthoekige, aan de onderzijde trechtervormige compartimenten op de begane grond en eerste verdieping te plaatsen, zijn niet haalbaar gebleken. Enerzijds zou door de kortere transportwegen de rijstbreuk in grote mate worden beperkt, anderzijds bleek het benodigde machinepark een maatje te groot voor het ter beschikking staande volume en moest bovendien de betonconstructie zodanig worden aangepast dat voor een onverantwoorde verzwakking werd gevreesd.

Mercurius
Detail van een briefhoofd van stoom-gortpellerij Mercurius met de pakhuizen Donau en Koningsbergen.

Achteraf mag ik mij gelukkig prijzen dat het gehele restauratieproces zich heeft ontwikkeld in de volgorde zoals het daadwerkelijk is geschied. Immers, bouwen en of verbouwen in een in werking zijnde fabriek, waarbij ook nog voorop staat dat je dat in een monument doet, is voor het bouwteam ook een leerproces geweest. Als architect sta je dan aan de bron van het productieproces waarbij je van meet af aan op de hoogte moet zijn en inzicht moet hebben in machine-opstellingen, leidingverlopen enz,. om het monument zoveel als mogelijk 'recht te doen'. De medewerking en bereidwilligheid om hierin mee te denken en vooral om hiervoor de meerkosten te dragen was verrassend groot. Daarnaast hebben nieuwe technieken ook een rol gespeeld. Rijsttransport via pneumatiek is veel flexibeler dan via de mechanische methode.

Monument 1

Mercurius, fabriekspand gebouwd in 1919-1920.
In 1992 is het poortgebouw tussen Koningsbergen en Mercurius gesloopt en daarmede losgekoppeld van het Lassie-complex, zonder de beeldbepalende fabriekswand langs de Zaan te verstoren. Enige jaren later verkoopt DE/Lassie het monument aan de provincie Noord-Holland die er einde 1997, na grondige renovatie, een nieuw archeologisch depot in vestigt. (De restauratie van dit monument wordt in een apart artikel beschreven -red.)

Monument 2

Koningsbergen, pakhuis gebouwd in 1894 - 1898.
Het pakhuis met rechthoekige plattegrond telt op een bakstenen plint met afzaat drie bouwlagen onder een afgeknot zadeldak, gedekt met grijze Hollandse pannen. In het interieur is het ijzeren-kolommen-systeem als onderdeel van de constructie zichtbaar. De muren zijn opgetrokken uit rode baksteen in kruisverband, verlevendigd met banden en blokken in gele siersteen. De eerste twee bouwlagen in de voorgevel bevatten dubbele deuren met getoogde strek, die allen weer in ere zijn hersteld. Balkons en hekwerken voor de deuren op de eerste verdieping zijn vervangen door 'franse balkons' zoals oorspronkelijk bij de oude lostoren van monument Silo toegepast.
De linker zijgevel is niet zichtbaar en is uitgebouwd in het pakhuis Donau. Hetzelfde geldt voor de achtergevel. De rechter zijgevel is door de sloop van het voormalig poortgebouw van Mercurius geheel vrijgekomen en geheel in ere hersteld. De muur is met lisenen in vier spaarvelden verdeeld en aan de voorzijde ge­trapt afgesloten. In de eerste bouwlaag zijn de rondboogvensters met uitwaaierende ijzeren roedes, in de tweede laag de negen-ruits-vensters met getoogde strek weer terug gebracht. Met het verwijderen van de sporen van de voormalige luchtbrug naar Mercurius zijn de laatste banden met dit pand verbroken.
Door handhaving van de gave hoofdvorm, door herstel van de gevelindeling, met name door het vrijkomen van de rechter zijgevel, waarbij materiaalgebruik en detaillering gelijkwaardig aan het bestaande is toegepast, is de beeldbepalende situering van Koningsbergen langs de Zaan, uiteraard in samenhang met andere monumentale fabrieksgebouwen, pakhuizen en silo's versterkt. Hiermede is de waarde van de sociaal-historische betekenis van het gebouw als element uit de geschiedenis van de handel en industrie in de Zaanstreek verhoogd.

  Lassie complex  
  Het schtterende gerestaureerde complex, op een enkele strakkere trapgevel en de oude schepen na, is er nog nauwelijks verschil met de foto uit het begin van de twintigste eeuw.  

Monument 3

Donau, pakhuis gebouwd in 1895.
Het pakhuis op de rechthoekige plattegrond is drie bouwlagen hoog, onder een zadeldak bedekt met rode pannen . De nokrichting is dwars op de Zaan georiënteerd. Het pand is gebouwd rond een skelet van Amerikaans grenenhout. De muren zijn opgetrokken uit rode baksteen in kruisverband en verlevendigd op het niveau van de strekken, met rollagen van grauwwitte siersteen, één van de eerste producties van kalkzandsteen. Kenmerkend is de afschuining van de voorgevel. De schuine gevel vormde toenmaals de begrenzing van het terrein, alhoewel velen beweren dat dit te maken had met de windkracht van de molen die op het naburige perceel stond.

De voorgevel van Donau heeft lange tijd ter discussie gestaan om geheel te slopen en weer op te bouwen of dusdanig te versterken dat tijdens gedeeltelijke sloop de gevel alsnog niet zou instorten. De stalen balken achter de voorgevel, ter opvanging van de verdiepingsvloeren, hadden door roestvorming veel schade aangericht. Tenslotte werd besloten tot versterking van de gevel door middel van een drietal stalen jukken en deze vormvast te verbinden aan de hoofdconstructie. De voorzijde is in traveeën breed, een indeling door vensters, hersteld. De eerste en tweede bouwlaag hebben beide dubbele deuren met licht getoogde strek weer terug, evenals acht-ruits-vensters. De noodzakelijk te handhaven losinstallatie is hier zorgvuldig ingepast. De overige zijgevels zijn grotendeels ingebouwd in het hele complex van fabrieken en pakhuizen. Ook voor Donau geldt dat door restauratie de architectuurhistorische betekenis is toegenomen, uiteraard in samenhang met de andere monumentale gebouwen.

Monument 4

Silo, pakhuis, gebouwd in 1907.
Het pakhuis, gebouwd op rechthoekige plattegrond met uitbouw (oude lostoren) aan de westzijde, telt vijf bouwlagen onder een plat dak. Het geheel kent een geraamte van zware pijlers in Amerikaans grenen voor de bovenste drie bouwlagen; de onderste twee bouwlagen zijn van beton. De wanden zijn opgetrokken uit donkerrode baksteen in kruisverband, verlevendigd met doorlopende banden van gele siersteen in de voor- en achtergevel, en onderbroken banden in de zijgevels.
De drie hoofdtraveeën bevatten één doorlopend spaarveld met één vensterterras, op de bovenste drie bouwlagen bestaand uit gekoppelde vensteropeningen. Evenals Koningsbergen bevatten de eerste twee bouwlagen deuren met getoogde strek. Hierboven twee lagen met smalle gekoppelde rondboogvensteropeningen, die bekroond worden door een korfboog in steen. De vijfde bouwlaag toont twee gekoppelde vensteropeningen met rechte strek en in de centrale travee het naambord SILO. De drie traveeën worden afgesloten door een sierlijst in baksteen- geel en rood-, in blokvormige decoraties, waarbij de centrale travee het meest uitgewerkt is. De overige traveeën bevatten op de eerste bouwlaag rond­boogvensters met afzaat; op de tweede bouwlaag rechthoekige negen-ruits-vensters; de overige drie bouwlagen hebben vierkante vensteropeningen met rechte strek, voorbeen geblindeerd, na restauratie voorzien van glas vanwege de achtergelegen slijperij. De linker zijgevel telt vijf traveeën, de centrale drie daarvan in de oude lostoren (overigens is deze één verdieping hoger). De westzijde van de uitbouw heeft eenzelfde vensterindeling als de voor- en achterzijde, alleen in het midden nog zes deuren achter een ijzeren balustrade. De rechter zijgevel (oost) is slechts zichtbaar vanaf de tweede bouwlaag en bevat vier blinde spaarvelden, gescheiden door lisenen. De laatste travee was nog geheel gaaf, zonder gebreken. Het voegwerk daarvan is nog oorspronkelijk gelaten.
De achtergevel (noord) kent grotendeels dezelfde vensterindeling als de voorgevel; deze is hersteld met nieuwe vensters. Ook voor SILO geldt dat door grondige restauratie de architectuurhistorische betekenis is toegenomen, eveneens in samenhang met andere monumentale gebouwen.

Monument 5

Lassie silo, gebouwd in 1912 als graansilo en nog steeds als silo in gebruik.
De betonnen silo staat op een rechthoekige plattegrond, onder een plat dak met een kleine dakopbouw boven de liftschacht. De betonnen sokkel is aan de westzijde zichtbaar. De westgevel is aan de buitenzijde als een echte sokkelverdieping opgevat: tegenover het 'gladde' opslaggedeelte erboven hier in de onderbouw ruwe betonnen rustica-blokken. Deze lopen door over twee verdiepingen met beneden negen-, boven twaalf-ruits-vensters met ijzeren roeden.
De overige zijden van de onderbouw zijn ingebouwd in het fabriekscomplex. Voor herstel van de rustica-blokkenwand in de westgevel zijn blokken van de ingebouwde gevels vrijgemaakt en uitgezaagd. In de onderbouw zijn binnen de rijen vierkante betonnen kolommen, die het gebouw en de compartimenten dragen, zichtbaar. Hier staat het machinepark voor het zogenaamde 'rondpompen' en mengen van diverse rijstsoorten. Boven de onderbouw het crème gesausde opslaggedeelte.
De silo bestaat in feite uit zevenentwintig achthoekige, aan de onderzijde trechtervormige compartimenten in rijen van drie naast elkaar. Het centrale compartiment aan de westzijde wordt in beslag genomen door de liftschacht met trappen. De compartimenten zijn ruim twintig meter hoog en in vier kwartdelen opgesplitst. Hierin wordt de rijst opgeslagen die door een 'stofzuiger' en met vijzels naar de zolderverdieping net onder het dakplat getransporteerd en over de compartimenten verdeeld wordt.

Oorspronkelijk hebben zich op de zolderverdieping naast elkaar alternerend één en twee vensters bevonden, maar deze zijn dichtgezet en aan de buitenzijde aangegeven met grijze verf. Vensters hebben zich ook nog aan de westzijde bij het lift­schachtcompartiment bevonden, over de gehele hoogte trapsgewijs oplopend, maar ook deze zijn dichtgezet en nu grijs.

  Mercurius  
  De bouw van de nieuwe silo (1912), een voor die tijd gedurfd bouwwerk in het nieuwe materiaalbeton.  

Op zichzelf is de Lassie-silo van algemeen architectonisch belang, omdat het één van de oudste betonnen silo's in Nederland is en als zeldzaam voorbeeld van een betonnen silo uit het tweede decennium van de 20e eeuw geldt. Bovendien wordt in samenhang met andere monumentale gebouwen de beeldbepalende situering langs de Zaan versterkt. Het gebouw is van sociaal-historisch belang als een, mede door de ruimtelijk historisch samenhangende context ervan, zeldzaam geworden element uit de geschiedenis van de handel en industrie, in casu de graanverwerking in de Zaanstreek.

Nieuwe architectonische aspecten

Zijdelings van de restauratie waren voor mij de onderstaande aspecten van groot belang:

  1. De kruigangen, ofwel de 'verborgen gevels'. De gebouwen zijn veelal gescheiden door een steeg van circa drie meter breedte, waardoor in het verleden paard en wagen kon om te laden en te lossen. Dit is het meest zichtbaar gemaakt tussen SILO en Lassie-silo, waar raampartijen en metselwerk weer in oorspronkelijke vorm zijn terug gebracht. Tussen Koningsbergen en het achtergelegen oude Mercurius-gebouw, ook wel voormalige gortfabriek genoemd, zijn in de vijftiger jaren stalen en/of betonnen silo's aangebracht om aan de toenmalige vraag naar opslagcapaciteit te voldoen. Waar mogelijk zijn sporen van deze 'verborgen gevels' zichtbaar gemaakt.
  2. De zogenaamde 'Wormergevel'; ofwel de gevel naar Wormerland werd sedert 1988 steeds belangrijker, mede door de bouw van de Noordbrug over de Zaan en uitbreiding van woningbouw richting Lassie. Door sloop van de oude kokerij en ketelhuis, het in oude vorm terugbrengen van de dakopbouw uit de vijftiger jaren en het loskoppelen van monument Mercurius van de Lassie-monumenten is de Wormergevel één geheel, één complex geworden, wat harmonieus past in het algemeen gezichtbeeld van uit Wormer.

Restauratiemethode op zich

Ik moet u hiervoor melden dat nog steeds het ambachtelijk bouwen de boventoon voert. De methode 'steigeren, spuiten, voegen ophakken, metselwerk repareren, reinigen, snij-voegen' volgens de ouderwetse methode is nog steeds aan de orde. Ook waren er geen problemen met betrekking tot brandwerende voorzieningen, want het complex is volledig voorzien van een sprinklerinstallatie. Wel is van belang dat bij restauratie van gebouwen uit deze tijd en van dit type, rekening wordt gehouden met enorm veel schade aan metselwerk, ten gevolge van corrosie van ingemetseld staal in de vorm van balkankers, stalen hoofdliggers, en drukverdeelbalken. Het toepassen van thermisch verzinkt staal en verankering door roestvaste lijmankers biedt daarvoor een prima oplossing. Overigens zijn lijmtechnieken voor metselwerk uitstekend geschikt om scheurvorming te voorkomen; daarvan is ruim 1 kilometer toegepast.

  Lassie  
  Nieuwe fabrieksinstallatie in oude fabriek, let op de originele gietijzeren kolommen.  
  Lassie complex Lassie complex  
  Foto links: De elevator bij pakhuis Silo wordt nog regelmatig gebruikt om voor de wal liggende schepen met rijst te lossen.
Foto rechts: Via deze installatie aan de voorgevel van pakhuis Donau wordt een bijprodukt van Lassie, de rijstmeel, in vrachtwagens gestort.
 

Het oorspronkelijke beeldmateriaal bij dit artikel in de gedrukte versie is in deze on-line versie in 2010 vervangen door nieuw en aanvullende beeldmateriaal dat in de afgelopen ter beschikking is gekomen.

Beeldmateriaal:

  • Gemeente Archief Zaanstad
  • Archief Cees Kingma